Lisette Steentjes is gastspreker en haar thema is  “Terugkeren naar jezelf”.
Cécile opent de bijeenkomst, introduceert Lisette Steentjes als gastspreker en vertelt iets over het thema van deze dag: “Terugkeren naar jezelf”.

Lisette geeft een korte overweging met betrekking tot het thema.
Wanneer moet of mag je terugkeren naar jezelf?
Soms is het ook goed om even weg te zijn van jezelf. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een goed boek of een mooie film die je helemaal meenemen in het verhaal.
Maar het kan ook zijn dat als je jezelf kwijtgeraakt bent, je over je eigen grens heengaat of dat een ander de macht over je krijgt. Dan zou dit kunnen leiden tot een burn-out of andere problematiek.

Als je jezelf terug moet halen moet je “ja” zeggen tegen jezelf. Dit is niet egocentrisch. “Ik mag er zijn en wat heb ik nodig om naar mezelf terug te keren?”

Lisette geeft aan dat ze de bezoekers mee wil nemen in een verhaal dat ze bijna zes jaar geleden ook verteld heeft en waarvan ze het verlangen heeft om het nu nog een keer te vertellen.
Hieronder volgt een samenvatting van het verhaal.

Zeehondenhuid, zielehuid

In een tijd die ooit was, nu voorgoed voorbij is, en spoedig weer zal keren woonde in dit land een een man, een man die erg eenzaam was en veel verdriet had. Ondanks dat probeerde hij te glimlachen en blij te zijn, maar hij verlangde naar het gezelschap van mensen. Soms voer hij in zijn kajak in het ondiepe water en zag daar zeehonden. Hij herinnerde zich uit oude verhalen dat zeehonden ooit mensen waren en soms overviel hem dan een hevig gevoel van eenzaamheid.

Op een avond na het invallen van de duisternis ontwaarde hij op een oude rots iets dat zich met grote sierlijkheid bewoog. Hij kwam dichterbij op de rots danste een klein groepje vrouwen. Hij bleef kijken.
De vrouwen waren zo mooi dat de man in vervoering in zijn boot zat. Hij hoorde hen lachen. De man was in de war, want hij was geheel verblind. Maar op de een of andere manier werd zijn eenzaamheid opgeheven, en bijna zonder te denken, sprong hij op de rotsen stal hij één van de zeehondenhuiden die daar lagen.
Niet lang daarna trokken de vrouwen hun zeehondenhuid aan en gleden ze in het water, blij.Behalve één vrouw, zij zocht overal naar haar zeehondenhuid, maar kon deze nergens vinden. De man wendde zich tot de vrouw en vroeg haar om zijn vrouw te worden. “Over zeven jaar zal ik je zeehondenhuid teruggeven, en kun je gaan of blijven naar je wenst”. De vrouw zei aarzelend: “Ik zal met je meegaan”.

Na verloop van tijd kregen ze een kind, dat de naam Ooroek kreeg. De moeder vertelde haar zoon verhalen over de schepselen die onder de zee woonden, want dat waren de enige dieren die ze kende.
Maar na verloop van tijd begon het vlees van de vrouw uit te drogen, haar haren vielen uit, ze werd spierwit, mank en ze werd blind.
Dat ging zo door tot Ooroek op een avond wakker werd van geschreeuw: het was de stem van zijn vader die uitvoer tegen zijn moeder. Zijn moeder huilde.
De zeehondenvrouw wilde – wat de zeven jaren waren voorbij – haar zeehondenhuid terug, ze wilde terughebben waarvan ze gemaakt was.
Haar echtgenoot was kwaad omdat zij hem zonder vrouw en zijn zoon zonder moeder achter zou laten. Hij pakte de huid en verdween in de nacht.
De jongen hield van zijn moeder en was bang haar te verliezen, hij huilde tot hij in slaap viel. Opeens werd hij wakker en hoorde zijn naam roepen. Hij rende naar de rots en zag daar een enorme oude zeehond. Hij rende naar de voet van de rots en vond een bundeltje, dat hij openmaakte. Het was de zeehondenhuid van zijn moeder. Hij huilde van verdriet en vreugde en werd vervuld met de oneindige liefde van zijn moeder. Hij rende met de huid terug naar huis. Zijn moeder tilde hem en de huid op en ze was dankbaar dat ze allebei ongedeerd waren. Ze trok haar zeehondenhuid aan. Ze nam het kind onder haar arm en liep naar de bulderende zee.
“Oh moeder, laat me niet alleen”, huilde Ooroek. Ze wilde wel bij haar kind blijven. Ze nam het gezicht van de jongen in haar handen en blies hem driemaal zoete adem in zijn longen. Toen dook ze, met hem als een kostbaar bundeltje onder haar arm de zee in, steeds dieper.

Na het verhaal klinkt muziek van zeegeluiden.

Lisette introduceert het doorgeefvoorwerp: een mooi kleed dat staat voor de zeehondenhuid.
Als je het kleed overhandigd krijgt, vraag jezelf dan af waar jij van bent gemaakt: wat is mijn huid, mijn zielenhuid?

Tijdens het doorgeven van het voorwerp wordt een nummer van Frans Halsema gespeeld: “Voor haar”.

Tenslotte leest Lisette voor uit het Boek van Zorg en Verlangen, waarna de bijeenkomst wordt afgesloten en het tijd is voor koffie en thee!