Pasen is het feest van nieuw leven, het begin van de lente, langere dagen, warmer weer, nieuwe mooi frisgroene natuur. Tegenover nieuw staat oud, dus als er iets nieuws begint vertrekken we vanuit het oude. Nieuw leven volgt op, ja op dood. Nieuw licht op je leven volgt op donkerte in je leven. Ieder van ons kent in meer of mindere mate momenten of zelfs hele periodes van donkerte, van crisis, van somberheid. Er kan dan ineens, vaak onverwacht, iets gebeuren wat een nieuw licht werpt op je leven

Vandaag vertelt Stefien een verhaal over nieuw licht op het leven.
Het verhaal gaat over Margje. Margje is de oudste dochter van Jens en Charlotte, ze is achttien jaar oud. Margje is altijd een heerlijk kind geweest, vrolijk en gezellig. Als kleuter kletste ze je de oren van het hoofd. Altijd praten over wat ze zag. ‘Mam, waarom…’ ‘Pap, weet jij….?’ Na Margje kwam Jurgen en na Jurgen nog de kleine Niels. Een gelukkig gezin. Margje deed het goed op school, na de basisschool volgde haast vanzelfsprekend de havo. Margje was ijverig, haalde goede punten en had veel vrienden. Ze was dol op voetbal en deed het als aanvoerder van haar team heel goed: ze liet zich goed horen als er iets niet op rolletjes verliep, maar kon ook goed toegeven als ze zag dat dat reëel was. Natuurlijk waren er wel eens conflicten in het gezin, de dwarse Jurgen en Margje konden flink knetteren, maar van echt grote betekenis was het niet.

In het derde jaar van de havo leek het even wat minder te gaan met Margje. Haar rapporten waren wat minder, maar Charlotte kon Margje heel goed vinden om boven tafel te krijgen wat er aan de hand was. De klassenleraar bleek totaal geen feeling te hebben voor Margje en die voelde zich behoorlijk afgekraakt door deze figuur. Charlotte en Margje hadden op een gegeven moment samen goed door wat er speelde en door het er geregeld over te hebben lukte het Margje om het derde jaar toch heelhuids door te komen. Het vierde jaar had ze weer een andere klassenleraar en bloeide ze weer op. Al met al zou je Margje een zondagskind kunnen noemen.

Het afgelopen jaar is Margje op het HBO begonnen. Ze wil graag logopediste worden en heeft helemaal voor ogen wat ze daarmee wil: juist de verstandelijk gehandicapte zorg trekt haar heel sterk, en dan op het gebied van het verbeteren van de spraak van de cliënten.
Charlotte en Jens zeiden het geregeld tegen elkaar: wat doet ze het goed, onze Margje.
Maar de laatste tijd voelt Charlotte dat er wat verandert. Margje is minder open naar haar. Ze staart dromerig voor zich uit en lijkt met haar gedachten ver weg. Margje vergeet afspraken en komt veel te laat uit bed waardoor ze zich enorm moet haasten om op tijd op school te komen. Charlotte is er een beetje bezorgd over, maar denkt tegelijkertijd wel te weten wat er aan de hand is: ze denkt dat Margje verliefd is. Terecht dat ze daarover niet direct met haar moeder wil hebben, op die leeftijd heb je daar vriendinnen voor. Charlotte heeft het erover met Jens en samen besluiten ze maar even af te wachten. Ze vertrouwen op Margje, het zal goed komen.

Maar bij Margje is er helemaal geen sprake van vertrouwen, het stormt in haar, gedachten tollen door haar hoofd, ze is totaal van streek en weet nauwelijks hoe ze zich goed moet houden. Het kost haar de grootste moeite om nog maar een beetje te normaal te doen.
Bij een voetbalwedstrijd aan het eind van het seizoen is ze Henk tegen gekomen. Henk is de coach van het damesteam waartegen ze moesten voetballen. Het team van Margje had gewonnen en ze hadden veel lol na afloop van de wedstrijd in de kantine. Ze had ontzettend moeten lachen met Henk, hij was gevat maar zij deed niet voor hem onder. Tot haar schrik had Henk na afloop gevraagd of ze een keer met hem wilde afspreken. Ze moest er niet aan denken, zij vond het maar een oude man, vast al in de 30, dus ze had de boot afgehouden. Maar bij een volgende wedstrijd was Henk na afloop weer in de kantine. Ze hadden weer veel lol gehad en na een paar biertjes, een beetje aangeschoten was ze met Henk mee naar huis gegaan. Daar aangekomen waren ze in bed beland hoewel ze eigenlijk hellemaal niet zo is. Na afloop was ze naar huis gegaan, in de war. Wilde ze dit nou echt? Henk is toch veel te oud voor haar? Was ze zo maar met iemand naar bed geweest terwijl ze dat altijd stom had gevonden van meisjes die dat zomaar deden. Wat overkwam haar nu? Maar ze vond Henk wel leuk, de vrolijkheid die er steeds was als ze hem zag, had ze nog nooit met iemand meegemaakt.

In alle verwarring bleef ze toch contact houden met Henk. Ze appten geregeld en het kostte Margje moeite om haar hoofd bij de lessen te houden en thuis te doen alsof er niks aan de hand was. Dat was allemaal al ingewikkeld genoeg. Maar twee weken na die keer dat ze met Henk was mee gegaan werd ze niet ongesteld. Margje wilde er geen aandacht aan besteden. Ze deed wat ze altijd deed. Dagen aaneen sloot ze zich af, ook voor haar eigen gedachten. Ze ging naar school, naar de training, deed haar huiswerk, deed thuis zoals ze altijd deed. Maar na ruim een week lukte dat niet meer. Het zou toch niet waar zijn? Het kon toch niet dat ze net nu ze één keer met iemand naar bed was geweest dat ze zwanger zou zijn? Margje voelde zich totaal verloren. Ze kon niet meer denken en wilde de hele dag het liefst in bed blijven liggen. Als ze wakker werd en haar gedachten weer op gang kwamen verlangde ze ernaar dat ze weer kon slapen. Het liefst wilde ze er niet zijn, niemand onder ogen komen, zelfs niet nadenken, eigenlijk zichzelf niet onder ogen komen, alles was zwart om heer heen, nergens zag ze een uitweg. Henk appte hoe het met haar was, of ze weer zouden afspreken. Het lukte haar niet om te antwoorden.

Maar de dagen verstreken. Henk drong aan om af te spreken. Ze merkte dat hij bezorgd was en net dat deed haar goed. Na school spraken ze af en toen ze bij Henk in de auto stapte waren de tranen niet meer te stoppen. Henk schrok, zo had hij Margje nog nooit gezien. Op een rustig plekje zette hij de auto stil en pakte hij Margje vast. Opnieuw brak er een tranenvloed door. Na een poosje kwam Margje een beetje tot bedaren en kon ze met horten en stoten uitbrengen wat er aan de hand was. Henk keek haar aan met ogen als schoteltjes. Hij kon net voorkomen te vragen waarom ze de pil niet gebruikt had. Dat was nu niet aan de orde. Het was een tijd stil in de auto. Na een tijdje stelde Henk voor om even te gaan wandelen. Hand in hand liepen ze over het landweggetje.

‘We zullen moeten praten’, zei Henk, ‘jij en ik en je ouders erbij. Dit is zo iets onverwachts. Het is een probleem van jou en mij. Terwijl ik niet eens weet of we het een probleem moeten noemen. Maar we moeten met je ouders praten, ik hoop dat je dat goed vindt’.
Het is heel raar, maar Margje voelt zich ineens weer sterker worden. Tot nu toe zag ze haar wereld instorten. Nu loopt ze naast Henk die verstandige dingen zegt. Ze voelt dat ze deze situatie deelt met Henk, het gaat niet over haar wereld die in elkaar stort, maar over een heel nieuw licht op haar leven…..