Ik vertel jullie vandaag een verhaal over scherven en goudlijm. Voor dit verhaal reizen we af naar het oosten.

Daar, in een land ver voorbij de hof van Eden woonde lang, lang geleden een wijze keizer. Hij woonde in een prachtig paleis te midden van een ongelofelijk schat aan kostbaarheden. Dit verhaal speelt zich af in de vroege lente, het seizoen voor koninklijke bezoeken. Koningen en prinsen brachten jaarlijks bezoeken aan elkaars koninkrijken om zich te vergapen aan elkaars meest kostbare bezittingen. Natuurlijk werden er ter ere van dit hoge bezoek geschenken uitgewisseld en konden de koninklijke gasten aanschuiven aan de meest extravagante banketten.

Dit jaar zou het een heel bijzonder bezoek worden. De hoge gasten zouden getuige zijn van de kroning van keizers geliefde zoon Kintsukoroi. Kintsokoroi zou tot kroonpins van het keizerrijk gekroond worden.

De keizer was dit jaar ook bijzonder opgetogen omdat hij een nieuwe, prachtige schaal had die hij zijn vrienden wilde laten zien. Deze schaal was door zijn beste ambachtslieden met de meest kostbare materialen speciaal voor hem gemaakt. De schaal was het mooiste dat de keizer ooit had gezien.

Stelt u zich de schok van de keizer voor toen hij de kast met kostbaarheden openmaakte en zijn prachtige schaal in duizend stukken vond. Hoe kon dat gebeuren? Niemand die het wist. Wat kon men doen voordat de bezoekers zouden arriveren? Geen van de dienaren kon raad geven want de tijd was gewoonweg te kort om een nieuwe schaal te laten maken.

De keizer was ontzet en ontroostbaar. Hij kon zijn kostbare schaal niet aan zijn vrienden laten zien, dat vond hij oneindig jammer. Maar nog veel verdrietiger vond hij het feit dat zoiets prachtigs nu gehavend in zijn kast lag. De keizer trok zich ontroostbaar terug in zijn vertrekken. Alleen zijn zoon Kintsukoroi bleef bij hem.

De volgende morgen werd de keizer al vroeg wakker. Het hele paleis was in rep en roer. De volledige ministerraad stond voor een spoedoverleg voor de deur van de keizerlijke appartementen. Wat bleek. Die nacht was er ingebroken in schatkamer en de gouden kroon waarmee Kintsukoroi gekroond zou worden was weg. Men was diep geschokt door deze diefstal. Dat ook de scherven van de gebroken schaal waren verdwenen viel niemand op.

De dief was gezien. Dat wel. Niemand had hem herkend. Hij was bedekt met littekens en was gekleed in lompen. Daaraan kon je de dief niet herkennen want rondom het paleis hadden duizenden armen hun toevlucht gezocht. . De keizer – tot grote ergernis van zijn ministers- weigerde deze mensen weg te sturen. Hij zorgde juist voor voedsel en tenten voor hen. Iedere avond werden er grote schalen eten vanuit het paleis naar de tenten gebracht.

Niemand wist waar de dief was maar hij was voor het laatst gezien in de gangen van de kamers van de prins. De deuren van de kamers van Kintsukoroi bleken gesloten. Hoe men ook op de deuren klopte er kwam geen antwoord terwijl er wel geluiden klonken van achter de deuren. Zou de keizer misschien toestemming willen geven om de deuren van de kamers. van de prins met geweld open te breken? De ministers durfden dit niet zonder toestemming van de keizer te doen.

De keizer was even stil en dacht na. Op het gezicht van de keizer zagen de ministers groot verdriet. Uiteindelijk zei de keizer: ‘ Laat de prins. Laat de deuren gesloten. Als hij klaar is om te regeren, moet hij zelf handelen. Wat hij doet, daar ga ik in mee.’ De ministers wisten niet goed wat ze met deze opmerking aan moesten, maar een ding was duidelijk. Er zou niets gebeuren. De deuren bleven gesloten.

De uren gingen voorbij. De keizer bleef in zijn appartement. De kamers van de prins bleven stevig op slot, hoewel er duidelijk rook uit de schoorsteen van de prinselijke appartementen kwam. Er moest wel een stevig vuur branden. De ministers, moe van het lange wachten, vielen uiteindelijk in slaap. De volgende dag zou de grote dag zijn. De dag waarop de koninklijke gasten in het keizerrijk zouden arriveren.

Vroeg in de morgen werd de keizerlijke schatkamer opengemaakt. Met stomheid geslagen zagen de ministers daar de schaal van de keizer, gewoon op zijn oude vertrouwde plek. De schaal was heel en er schitterde goud op de plekken waar de scheuren zaten. Naast de schaal lag de kroon van de prins. De kroon was nu nog een hele smalle band van goud, maar in al zijn eenvoud misschien wel mooier dan de originele kroon.

De keizer nam de schaal in zijn handen en keek zijn zoon liefdevol aan. De handen van de prins vertoonden littekens van het harde werken. De keizer wist dat zijn zoon er klaar voor was. Een betere opvolger kon hij zich niet wensen. Die dag nog werd Kintsukoroi gekroond.

Scherven en goudlijm

Deze vertelling hoort bij de eeuwenoude Japanse kunstvorm ‘kintsugi’. In deze kunstvorm wordt gebroken porselein gerepareerd met goud of zilver. In plaats van de breuk weg te poetsen, worden de scherven juist zichtbaar gemaakt. De gedachte hierachter is dat breuken en reparaties onderdeel worden van de historie van een object, in plaats van iets dat je zou moeten verbergen. De breuklijnen maken het object bijzonder en waardevol. De breuklijnen mogen gezien worden en maken het voorwerp uniek en misschien wel mooier dan het gave origineel.
Kintsugi als een symbool voor heel worden. Heel niet door het wegmoffelen van scheuren, rafels en gebrokenheid, maar door er voor te zorgen dat de gebrokenheid gevierd en gezien mag worden.