Blue Monday

Het is vandaag een blue monday, officieel de meest ‘deprimerende’ dag van het jaar. De feestdagen zijn goed en wel voorbij, sommige mensen zijn weer goed en wel aan het werk, andere mensen proberen zich vast te houden aan de gestelde goede voornemens.

En nóg weer andere mensen leven met de ervaring dat ze rond deze tijd in een soort ‘gat’ vallen. Een gat van niksigheid, van grauw en grijs weer maar dan zonder de blijde vooruitzichten van feestdagen, een donker gat maar dan zonder de feestlampjes en de verlichte kerststalletjes die het gezellig maken.

Ik fietste gister met mijn broertje naar de stad, hij is 19 jaar oud en woont net op kamers. Ik had een gesprek met hem over eenzaamheid, een vreemd en naar gevoel waar hij af en toe mee geconfronteerd wordt nu hij niet meer bij onze ouders woont. Hij vertelde dat hij opzag tegen deze dag, 8 januari. Alles is nu immers voorbij, alles begint weer, hij vindt zijn studie heel leuk, maar het is ook maar alleen zo.

Maar, zei hij ook, ik ben heel dankbaar dat de feestdagen zo leuk waren. Ik vond het mooi dat hij dat zei, het dieptepunt na een hoogtepunt is namelijk zo goed als onvermijdelijk. Na intense drukte ontstaat er vaak intense rust, stel je voor dat het altijd druk, tumultueus en dynamisch zou zijn, we zouden verlangen naar een stille dag, denk ik.

Mijn broertje vond dat wel een mooie manier om de gevreesde ‘stilte’ onder ogen te komen, op een positieve manier, zonder oordeel over de eenzaamheid, de donkerte, de verveling, maar als een kans op om adem te komen. En tevens een kans om iets over jezelf, je eigen ervaringen en emoties te weten te komen. Toen we afscheid namen beloofde ik hem een lijstje te maken met goede netflix-series.

Als ik kijk naar mezelf, en mijn naasten bemerkt ik inderdaad een negatieve houding ten opzichte van het alleen-zijn, de stilte. Het heeft me altijd gefascineerd, de vraag waarom stilte voor veel mensen confronterend kan zijn, waarom het er ‘niet mag zijn’, terwijl het eigenlijk ook een mooie kant heeft. Ik heb afgelopen jaar een monnik leren kennen die vertelde over de woestijnvaders. Volgens hem is het onze opdracht te zoeken naar onze “woestijn”. Een lege plek, een stille plek, waar weinig lijkt te zijn behalve jijzelf. Doordat je minder omhanden hebt kom je misschien gemakkelijker aan jezelf toe, en krijg je de kans om naar jezelf te kijken. En naar de stenen op de bodem van je bewustzijn.

Een vooral zo in het nieuwe jaar, een symbolische overgang. Mensen maken vaak voornemens, willen graag een nieuwe flow, hebben nieuwe plannen. Ik merk dat ik mezelf, in de afwezigheid van anderen, ook vragen stel. Wie ben ik eigenlijk nu? Hoe is dat zo gekomen? En vooral: Wat heb ik nu nodig in mijn leven? Het tijd om te rusten en je naar binnen te keren, door stille overdenking en meditatie. Deze periode gaat misschien over het loslaten van datgene wat wij niet meer nodig hebben of wat ons tegenhoudt. Enerzijds zijn dat grote, soms ingewikkelde kwesties. Tegelijkertijd kunnen we die vragen die misschien geen antwoord nodig hebben omdat ze als vraag hun doel al dienen. Deze vragen zijn voor ons leven bestemd, en kunnen ons de weg naar binnen wijzen. Het bewustzijn van, het stilstaan bij jezelf is misschien een doel op zichzelf.

Dat zie ik als iets anders dan een groot voornemen om alles te veranderen.

Er was er eens een monnik die leefde bij een grote baai. Op een zekere dag kwam er een jonge jongen langs die benieuwd was waarom de monnik zo leefde, in afzondering. De monnik zei: “Kom morgenochtend naar de baai dan zal ik het je laten zien.” De volgende morgen, toen de jongen het strand op kwam lopen, zag hij dat de monnik in stilte met zijn blote voeten in de zee stond. “Kom maar hier heen!” riep de monnik toen hij de jongen zag. Hij trok zijn sandalen uit, stroopte zijn broekspijpen op en plonsde de zee in. Toen ze naast elkaar stonden vroeg de monnik op vriendelijke toon: ‘kijk eens naar beneden, wat zie je nu?’. De jongen keek naar beneden, “water en opgestoven zand.” Antwoordde hij. De monnik maande hem tot absolute stilte. Een kwartier later vroeg hij de jongen opnieuw “kijk eens naar beneden, wat zie je nu?” De jongen keek, “het zand is weer neergedaald, ik kan mijn voeten en tenen zien!” Opnieuw maande de monnik de jongen tot stilte. Een hele tijd was verstreken toen de monnik weer vroeg: “kijk eens naar beneden, wat zie je nu?”

Toen de jongen voor de derde keer naar beneden keek geloofde hij zijn ogen haast niet. Vlak naast zijn voeten was een heel grote, beeldschone schelp opgedoemd uit het rulle zand. “Ik zie een prachtige schelp!” riep de jongen vreugdevol uit. “Prachtig” zei de monnik, en glimlachte. “Alleen wanneer je absoluut stil wordt zal je in staat kunnen zijn de schatten die op de bodem van je ziel liggen te bewonderen.”

Lied

Vroeger toen ik nog jonger was
Naar buiten keek en zag dat er regen was.
Maakte dat voor mij niks uit,
Want als het dan regende
Speelde ik binnen.
Maar nu als de wolken mijn raam passeren
Dan zou ik zo graag
Van die tijd willen leren
Want waar is dat mooie van mij nu gebleven?
Ik heb geen idee wat te doen
In de stromende regen.

La die da die da

Vroeger toen ik echt kleiner was
En dacht dat mijn vader de allersterkste man was
En niemand die dat uit mijn hoofd kon praten
Dus besloten ze mij in dat waanidee te laten
Maar nu ik ouder ben, en weten kan
Dat hij niet alleen mijn vader is, maar ook gewoon een man.
Die ook kan twijfelen, ook kan huilen
Maar die van me zal houden,
Die ik kan vertrouwen.
Altijd.

La die da die da

Vroeger toen ik onnozel was
En dacht dat het leven op z’n aller gelukkigst was
En niets, wat dat dus nog beter kon maken
Dus zou ik alleen maar ongelukkiger raken
Zodat ik op een leeftijd van zeventien,
Misschien dus wel nooit meer ’t geluk zou kunnen zien.
Maar nu ben ik zeventien, zeventien jaar oud
En ik ben best gelukkig.
Dus ik had het fout.

La die da die da.

Maarten Noordzij

Maarten met gitaar begeleid Anne op piano, mét gezang.

Maarten Noordzij

Maarten met gitaar begeleid Anne op piano, mét gezang.