Leven met verhalen

door

Paul van der Velde

Paul: “Er wordt vaak raar gekeken naar mensen die geloven.
Geloof is uit het verleden, dom, onderdrukkend.
Dat is allemaal waar, maar er is meer.

Wat is geloven eigenlijk? Dat er altijd een wereld naast je is?
Ik heb behoefte aan een wereld waarin ik kan denken, vliegen, waarin andere dingen kunnen.
Is dat raar, kinderachtig? Nou, dan is dat maar zo!”

Paul vertelt enkele verhalen die hij op zijn tocht naar Azië is tegen gekomen. Het valt hem op dat de mensen daar alledaagse dingen heel anders beleven, ook omdat zij andere verhalen hebben. Het zou voor ons ook fijn zijn als we meer ruimte krijgen of maken voor ons eigen verhaal.

Nou, dan is dat maar zo!

Het witte slang sprookje

Het is nu al heel lang geleden dat er een koning leefde die in het hele land beroemd was om zijn wijsheid. Niets bleef hem onbekend en het leek wel of het nieuws van de meest verborgen dingen door de lucht naar hem toegedragen werd.
Hij had echter één zonderlinge gewoonte. Iedere middag als de tafel was afgeruimd en er niemand meer was, moest een vertrouwde dienaar nog één schotel binnenbrengen. Er zat een deksel op en de dienaar wist zelf niet wat eronder zat, en niemand wist het, want de koning tilde het deksel pas op en at er pas van als hij helemaal alleen was. Dat had zo al een hele tijd geduurd, totdat op een dag de dienaar die de schotel moest wegnemen, zó nieuwsgierig werd dat hij de verleiding niet kon weerstaan en de schotel naar zijn kamer bracht. Toen hij de deur zorgvuldig op slot had gedaan, tilde hij het deksel op en zag dat er een witte slang op de schotel lag. Bij het zien ervan kon hij niet nalaten ervan te proeven. Hij sneed er een stukje af en stak het in zijn mond. Nauwelijks had hij het met zijn tong aangeraakt, of hij hoorde voor zijn venster een wonderlijk gefluister van fijne stemmetjes. Hij liep naar het raam en merkte dat het mussen waren die met elkaar spraken en die elkaar vertelden wat ze zoal in het vel en in het bos hadden gezien. Doordat hij van de slang had gegeten, was hij nu in staat om de taal der dieren te verstaan.

Nu gebeurde het juist op deze dag dat de koningin haar mooiste ring verloor en de vertrouwde dienaar, die overal toegang had, werd ervan verdacht hem gestolen te hebben. De koning liet hem bij zich komen, schold hem uit en dreigde dat, wanneer hij de volgende morgen de dader niet wist aan te wijzen, hij ervoor zou worden aangezien en berecht worden. Het hielp niets of hij zijn onschuld al had betuigde, hij werd zonder meer de kamer uitgestuurd. Hevig verontrust en angstig ging hij naar beneden, de tuin in en dacht erover na hoe hij zich uit deze nood moest redden. Daar zaten de eenden vredig naast elkaar aan een beekje. Zij streken hun veren glas met hun snavels en voerden een vertrouwelijk gesprek. De dienaar bleef staan luisteren.

Maarten Noordzij

Zij vertelden elkaar waar zij die morgen zoal hadden rondgescharreld en wat voor lekker voer zij gevonden hadden. Toen wei er een wat bedrukt: “Er is iets wat me zwaar op de maag ligt. Ik heb de rug die onder het venster van de koningin lang, in de haast mee ingeslikt.” Toen pakte de dienaar de eend meteen bij de nek, bracht hem naar de keuken en zei tegen de kok: “Slacht deze maar, het is een vette.” – “Ja,” zei de kok en woog hem op de hand, die heeft alle moeite gedaan om zich vet te mesten en die is er allang aan toe gebraden te worden.” Hij sneed zijn kop eraf en toen hij werd schoongemaakt, vonden zij de ring van de koningin in zijn maag. Nu kon de dienaar zonder moeite zijn onschuld aan de koning bewijzen, en – daar deze zijn onrechtvaardigheid goed wilde maken, stond hij hem toe een gunst te vragen en hij beloofde hem de hoogste erepost aan zijn hof die hij maar wenste.

De dienaar sloeg alles af en vroeg alleen een paard en reisgeld, want hij wilde erop uittrekken om wat van de wereld te zien. Tijdens zijn reis ontmoette hij verschillende dieren (vissen, mieren, jonge raven) die hij uit hun benarde situaties verloste. Alle dieren beloofden dat ze aan hem zouden denken en het hem vergelden.

Er werd bekend gemaakt dat de koningsdochter een gemaal zocht, maar deze moest dan eerst een paar moeilijke opgaven volbrengen. Met de hulp van de vissen, mieren en jonge raven lukte het hem op de opdrachten uit te voeren. Het hart van de koningsdochter werd vervuld van liefde voor hem en in ongestoord geluk bereikten zij samen een hoge ouderdom.

Een arme smid en de duivel

Slimheid in het beheer van duivels en wat God dan doet:
bekeren, redden en integreren. Dit soort processen tonen dat religies en geloven geen starre dingen zijn, maar continu in beweging zijn.

De smid komt een heer tegen die hem aanbiedt dat het allemaal goedkomt als hij hem over zeven jaar zijn ziel aanbiedt. De smid tekent het contract en meteen gaat het heel goed.
Op een dag komt onze lieve Heer met Sint Petrus voorbij en kosteloos vervangt de smid de hoeven van de ezel. Drie weken later gebeurt hetzelfde nog een keer en weer vraagt de smid niets. Dit gebeurde nog een derde keer en dan biedt Petrus de smid drie cadeaus aan: een stoel (waar je aan vast bleef zitten), een kersenboompje (waar je ook aan vast bleef zitten) en een beurs.
Na zeven jaar komt de duivel weer met zijn gevolg. De duivel ging op de stoel zitten en kan daar niet meer van af komen. De duivel wordt in brand gestoken en de duivel schreeuwt het uit. De smid laat hem pas los als hij heeft beloofd pas na zeven jaar terug te komen. Dat doet de duivel.
Dus na zeven jaar komt de duivel opnieuw met een heel gevolg van duivels. De smid zegt hen kersen te nemen en ze zitten meteen vast aan de boom. De boom wordt in brand gezet en weer moet de duivel beloven om over zeven jaar terug te komen.
En weer zeven jaar later komt de duivel, deze keer gaat de smid met hem in gesprek. De duivel vertelt dat hij zich zo groot kan maken als kerktorens en zo klein dat ze allemaal tegelijk door de oog van een naald kunnen kruipen. De smid geeft aan dat hij dat niet gelooft, hij pakt de beurs en wedt om 25 flessen wijn dat de duivels hier niet in kunnen. De duivels gaan erin maar kunnen er niet meer uit. De smid laat zijn knechten uren op de beurs slaan, de duivels komen er in brokken uit en gaan terug naar de hel.

Nu ging het slecht met de smeden hij dacht: “Nu moet ik wel naar de hel.” Maar onderweg komt hij een duivel tegen die zo schrikt van de voor hem gevaarlijke smid, dat hij gillend wegrent. De deur van de hel wordt met grendels afgesloten, dus besluit de smid om toch maar naar de hemel te gaan. Maar ook die was dicht en hij mocht erg niet in van Petrus. Toen kwam er een oud mannetje dat naar binnen mochten meteen rende de smid door de open deur tot aan het einde van de hemel. Echter Petrus haalt hem in en hij moet weer weg. Maar onze lieve Heer herkent hem en hij mag blijven.
Als je in de hemel komt dan kun je de skiduit Helmond daar nog steeds zien zitten.

Na de verhalen wordt er een grote schelp doorgegeven en tenslotte sluit Paul de bijeenkomst af door voor te lezen uit het boek van zorg en verlangen.

Na afloop praatte iedereen nog even bij met een kop thee en koffie.