Mezelf zijn

aug 7, 2017

Marijke vertelt

 

Marijke vertelt over ‘Mezelf zijn’ Aan de hand van een verhaal over een eenzame man die op een dag besluit een vriend te huren.

 

 

 

Lang geleden las ik in een krantenartikel dat in Japan je vrienden kunt huren voor een bepaald bedrag per uur. Een man gaat elke dag al vijf jaar lang met de bus naar zijn werk. Afgezien van zijn collega’s heeft hij geen contacten. Behalve de vreemdeling bij de bushalte die hij elke werkdag ontmoet.

De man is eenzaam en besluit op een dag een vriend te huren. Die natuurlijk in elke ontmoeting leuke kanten van de man benadrukt en zijn lastige kanten ontkent. En iedere keer doet de man verslag van zijn ontmoetingen met zijn gehuurde vriend aan de vreemdeling bij de bushalte, die hem uitlacht of fijntjes erop wijst dat de man die lastige kanten wel degelijk heeft. Hij geeft ook aan dat die kanten nou eenmaal bij hem horen en dat de gehuurde vriend een reden heeft om die kant te ontkennen. Dat levert voor de “vriend” weer extra inkomsten op.

Dit gaat zo door tot de man zich ongemakkelijk gaat voelen bij het ontkennen van zijn lastige kanten. Hij voelt zich niet gezien door de gehuurde vriend. Hij besluit op reis te gaan en schrijft een briefje naar de vreemdeling bij de bushalte, waarin hij uitlegt waarom hij op reis gaat.
Met als slotzin: jij bent op grote afstand mijn meest waardevolle vriend.
Tenslotte krast hij “op grote afstand” door en schrijft: Jij bent mij het meeste na.

 

Maarten met gitaar

Na dit verhaal speelt Maarten op zijn gitaar een spel waarin beide kanten van een mens te horen zijn, de zachte mooie kant, maar ook de donkere kant.

Na het voorlezen van het gedicht speelt en zingt Maarten het lied “Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder” van Ramses Shaffy en hij nodigt de bezoekers uit om het refrein mee te zingen.

 

 

Oude trommel

 

Het doorgeefvoorwerp is een oud, gedutst en bekrast theeblikje van Marijke, dat voor haar juist vanwege de beschadigingen erg dierbaar is.  Je hoeft er niet ongeschonden uit te zien of je te gedragen om waardevol te zijn …

Marijke vertelt

Marijke vertelt over ‘Mezelf zijn’
Aan de hand van een verhaal over een eenzame man die op een dag besluit een vriend te huren.

Een man gaat elke dag al vijf jaar lang met de bus naar zijn werk. Afgezien van zijn collega’s heeft hij geen contacten. Behalve de vreemdeling bij de bushalte die hij elke werkdag ontmoet.
De man is eenzaam en besluit op een dag een vriend te huren. Die natuurlijk in elke ontmoeting leuke kanten van de man benadrukt en zijn lastige kanten ontkent. En iedere keer doet de man verslag van zijn ontmoetingen met zijn gehuurde vriend aan de vreemdeling bij de bushalte, die hem uitlacht of fijntjes erop wijst dat de man die lastige kanten wel degelijk heeft. Hij geeft ook aan dat die kanten nou eenmaal bij hem horen en dat de gehuurde vriend een reden heeft om die kant te ontkennen. Dat levert voor de “vriend” weer extra inkomsten op. Dit gaat zo door tot de man zich ongemakkelijk gaat voelen bij het ontkennen van zijn lastige kanten.

Hij voelt zich niet gezien door de gehuurde vriend. Hij besluit op reis te gaan en schrijft een briefje naar de vreemdeling bij de bushalte, waarin hij uitlegt waarom hij op reis gaat.
Met als slotzin: jij bent op grote afstand mijn meest waardevolle vriend.
Tenslotte krast hij alles door en schrijft: Jij bent mij het meeste na.

Maarten met gitaar

Na dit verhaal speelt Maarten op zijn gitaar een spel waarin beide kanten van een mens te horen zijn, de zachte mooie kant, maar ook de donkere kant.

 

Oude trommel

Het doorgeefvoorwerp is een oud, gedutst en bekrast theeblikje van Marijke, dat voor haar juist vanwege de beschadigingen erg dierbaar is. Je hoeft er niet ongeschonden uit te zien of je te gedragen om waardevol te zijn …

Na het muziekspel van Maarten leest Marijke onderstaand gedicht voor:

“Mezelf zijn”

Als ik eens mezelf kon zijn
mezelf en geen ander
geen pop die aan de touwtjes trekt
niet dat ik steeds verander

Als ik eens zou durven
het masker af te nemen
te zijn wie ik werkelijk ben
te staan op eigen benen

Als ik toch eens de moed had
mezelf open te breken
mezelf te geven zoals ik ben
van binnenuit bekeken

Als mijn mond de woorden sprak
die mijn hart bedoelen
als mijn woorden warmte zijn
niet op mijn tong bekoelen

Als ik werkelijk “ik” zou zijn
niet dwaas, niet overdreven
als mijn handelen helder was
met helemaal “mij” doorweven

Maar kan ik zomaar omslaan
van mijn valse ik in m’n echte
kan ik me dan niet beter
aan die ander hechten?

Maar ik ben bang, ik durf niet goed
mezelf bloot te geven
want zal die ander dan
mijn andere “ik” vergeven?

Want als ik uit mijn schulp kruip
zal hij dat dan vergeven en waarderen
zal hij me met m’n goed en kwaad
volledig accepteren?”

[bron: onbekend]