Agnes Kroetz – verhalenvertelster – is gastspreker. Ze vertelt twee verhalen (sprookjes) rondom het thema “Geluk komt ongedacht”.

Het eerste verhaal speelt zich af in de bergen van Japan. Daar woont een arm echtpaar in een klein hutje. De man is hoedenvlechter, maar dat levert niet veel inkomen op. Ze hebben voor de jaarwisseling dan ook niets om het nieuwe jaar in te luiden.
De man besluit om zijn hoeden te gaan verkopen, neemt er vijf mee en gaat ermee naar het dorp. Er ligt sneeuw en het is erg koud. Maar toch hadden de mensen geen belangstelling voor de hoeden; ze kochten alleen maar eten en lekkernijen.
De man keerde terug naar zijn hutje, hij kon geen eten kopen. Onderweg kwam hij langs zes beelden: de beschermgoden van kinderen. De beelden zaten onder de sneeuw en de man poetst ze schoon. “Ze zullen het wel koud hebben”, dacht hij, en hij zette hen de hoeden op, ook zijn eigen hoed.
Thuisgekomen gaan de man en zijn vrouw vroeg naar bed en zijn tevreden dat ze een dak boven hun hoofd hebben. Bij het aanbreken van de ochtend komen de zes Godenbeelden naar het hutje en zij gooien eten naar binnen: rijstkoekjes. Ze zijn alweer gauw verdwenen en in de sneeuw zijn alleen nog maar hun voetafdrukken te zien.

Na dit verhaal luisteren we naar Japanse muziek.

Agnes vertelt het tweede verhaal over een echtpaar dat geen kinderen heeft. Wel hebben ze een wit hondje en daar geven ze alle liefde aan. Ze horen het hondje blaffen en hij graaft gouden munten op in de tuin.
De buurman ziet dit en vraagt of hij het hondje mag lenen. Het vriendelijke echtpaar wil dit niet weigeren en geven het hondje mee aan de buurman. Deze dwong het hondje om te graven en naar goud te zoeken, maar de hond vond alleen troep en afval. De buurman is zó boos dat hij het hondje dood slaat en onder een boom begraaft.
Het echtpaar is erg verdrietig en vraagt of ze de boom mogen hebben waaronder het hondje is begraven. De buurman geeft hen de boom en de man maakt hiervan een stamper en een vijzel, en daar konden ze rijst in maken. De buurman ziet dit vraagt om de vijzel en stamper, maar bij hem komt er alleen maar troep uit. Boos verbrandt hij de vijzel en de stamper.
Het echtpaar vraagt om de as en laat deze verwaaien over kersenbomen. De bomen gaan bloeien.
De keizer van het land waarin ze wonen, heeft geen bloeiende bomen en hij hoort van de bomen van het echtpaar. Hij roept de man bij zich: “Ik ben degene die bomen kan laten bloeien” en hij strooit as over de bomen van de keizer. Ook zijn bomen gaan bloeien.
Het echtpaar wordt hiervoor beloond en krijgt voorspoed en rijkdom.
Weer is de buurman jaloers, hij wil dit ook ontvangen. Hij gooit as over andere bomen, maar deze krijgen geen bloesem.
Het echtpaar werd oud en gelukkig. De buurman werd gevangen gezet vanwege oplichterij.

Na dit tweede verhaal laat Agnes een bloesemtak rondgaan, terwijl Maarten op zijn gitaar speelt.

2 maart 2015

Ciel geeft een korte reflectie op beide verhalen:

“In het eerste verhaal krijgt het arme echtpaar tegen verwachting in rijstkoekjes tijdens de jaarwisseling. Ze konden hun hoeden niet verkopen en hebben deze op de beelden gezet. Belangeloos.
Ook in het tweede verhaal komt een ander echtpaar iets goeds toe, in tegenstelling tot de buurman, die gestraft werd.

Beide echtparen hebben zonder erbij na te denken of er iets voor terug te verwachten, gedaan wat hun hart hen ingaf. Daar kregen ze – ongedacht – geluk voor terug in de vorm van rijstkoekjes en bloesemtakken.
De buurman uit het tweede verhaal ziet dit en wil dat hem ook geluk toekomt. Bewust probeert hij dezelfde dingen te doen als het echtpaar. Maar hij krijgt er niets voor terug en wordt gestraft omdat hij het hondje doodde. Dat valt natuurlijk niet goed te praten. Maar van de andere kant: je kunt ook medelijden hebben met de buurman, omdat hij zo op zoek is naar geluk, maar het niet ontvangt. Komt dat door het zoeken, de verwachtingen die hij heeft, hetzelfde doet als het echtpaar in de veronderstelling er ook hetzelfde voor terug te krijgen?

Geluk komt ongedacht.
Dus op momenten dat je het niet verwacht, er niet iets bewust voor doet. Geluk komt ook in kleine dingen zoals de rijstkoekjes en de bloesem.
Het echtpaar stond hiervoor open en nam het dankbaar in ontvangst.
Doordat de buurman zo naarstig op zoek was naar hetzelfde geluk, kon hij zich er niet voor openstellen. Hij was te druk bezig om te proberen geluk voor zichzelf te “maken”.

Geluk komt ongedacht.
Daar moet je je wel voor open kunnen en durven stellen, wat dus niet altijd vanzelfsprekend gebeurt (zie de buurman).
Hóe moet je je daarvoor openstellen? En wát moet je ervoor openstellen?
Is dat gevoel toelaten, ofwel kunnen voelen? Is dat rust? En veiligheid misschien? Vertrouwen in jezelf dat je je gevoel kunt hanteren? Want als je je gevoel openstelt voor geluk, staat het ook open voor andere gevoelens. Kun je die ook hanteren?
Geluk is een positief gevoel, maar dat wil niet altijd zeggen dat dit makkelijk of makkelijker te hanteren is dan bijvoorbeeld angst of verdriet.

Probeer eens te bedenken wat jij voor jezelf nodig hebt om je open te kunnen stellen voor geluk?”

[1 maart 2015, ct]

Agnes leest tenslotte voor uit het boek van Zorg en Verlangen en na de afsluiting drinken we gezamenlijk koffie en thee.