Stefien Jansen zal gastspreker zijn. Het thema is het “lot dat je overkomt”. Wat doe je met je lot, ga je eronder gebukt of leer je ermee omgaan?

Bij binnenkomst klinkt het Canto Ostinato van Simeon ten Holt.

3 februari 2014 1

Ze vertelt het Bijbelverhaal over Ruth. Het verhaal van Ruth begint in een tijd van hongersnood in Bethlehem. Naomi en Eli hebben twee opgroeiende zonen. Het gezin vertrekt naar Mowab, een plek waar eten en drinken is. Beide jongens groeien op en allebei vinden ze een mooie Mowabitische vrouw, Orpha en Ruth.

Dan slaat het noodlot toe. Eli sterft, en vervolgens sterven ook de twee zonen, waardoor Naomi achterblijft met haar twee schoondochters. Inmiddels gaat het in Bethlehem weer beter. Ze besluiten terug te keren, maar Naomi spoort haar schoondochters aan om terug te keren naar Mowab. Orpha gaat terug, maar Ruth zegt “ik doe het niet”. De twee vrouwen trekken verder naar Bethlehem.

De boeren hebben weer goede oogsten, en er is afgesproken dat zij het graan langs de randen van de velden laten liggen voor de armen. De mensen hebben een dubbel gevoel ten opzichte van Ruth, een mooie vrouw, prachtig gekleed, en ze werkte hard om heel veel granen voor Naomi te verzamelen. Alleen Boaz, een van de boeren, is vol verwondering over Ruth. Naomi is verbaasd en heeft opeens ook hoop en een toekomst, als blijkt dat Boaz een ver familielid is van haar overleden man Eli. Ze bedenkt een list om Boaz te ontmoeten. Zo komt het dat Ruth naar Boaz op zoek gaat en als ze hem gevonden heeft, tegen hem aan gaat liggen. In die tijd was er een verplichting om als een echtgenoot overleden is, de weduwe met iemand van de familie te laten huwen.

Boaz kocht land en trouwde met Ruth. Naomi was helemaal blij, vooral toen negen maanden later een zoon geboren werd, die later een voorvader van Jezus blijkt te zijn.

3 februari 2014 2Maarten Noordzij speelt live bijpassende muziek op akoestisch gitaar en zingt daarbij.

 

 

 

 

 

 

Na het doorgeven van een kaleidoscoop (die, als je ‘m in beweging zet, allerlei verschillende vormen aanneemt), leest Stefien voor uit het Boek van Zorg en Verlangen.

 

Ten slotte leest Ciel onderstaand gedicht van Toon Tellegen voor.

Ik wou dat er een terugweg was en dat ik
bleef staan terwijl iedereen verderging.
‘Ga je niet mee?”
‘Nee, ik ga terug.’
‘Dat kan niet!’
Maar het kon wel en ik ging terug, alleen,
langs gisteren en eergisteren en vorige week
en vorige maand, vorig jaar.
Ik weet precies tot waar ik terug zou gaan.
En als ik daar was, zou ik om mij heen kijken
en alles herinneren en een andere weg nemen,
met een bocht erin en een greppel, geen sloot erlangs.
Dan kwam ik ook op vandaag terecht, maar was
alles toch niet hetzelfde.
Niemand zou weten dat ik langs een andere weg
ben gekomen]
‘Er is maar één weg’, zegt iedereen. ‘Die kant op.’
En wijst vooruit.
Ik zeg niets.

[Toon Tellegen]

 

3 februari 2014 3