Stefien vertelt het verhaal van Job, die op zoek is naar de oorzaak van zijn lijden.

“Het boek Job is hét verhaal van een mens die zelf geen schuld heeft aan de ellende die hem overkomt. Alles wordt op scherp gezet: Job is een man die leeft zoals God wil, en toch krijgt Satan van God vrij spel om hem allerlei kwaad te laten overkomen. Job houdt vol dat zijn ellende niets te maken heeft met hoe hij leeft. Hij laat zich geen schuld aanpraten en stelt dat het leven oneerlijk is en God onbetrouwbaar. Job roept God ter verantwoording. Je moet maar durven.

Bij God is Job aan het juiste adres. Job stelt precies de goede vraag: wat heeft mijn ellende te maken met God? ‘God, waarom?’

Job vecht voor rechtvaardigheid en klaagt God aan. Wat hij daarbij erg mist is de steun van zijn vrienden. Hij had gehoopt dat ze hem zouden troosten en moed zouden inspreken. Nu blijft alleen God over: ‘In tranen zien mijn ogen op naar God. Laat hij oordelen tussen mens en God’.

Job is zo een voorbeeld van de lijdende mens die God niet begrijpt, maar hem toch blijft zoeken.”

De centrale vraag die gesteld wordt, is waarom ook een rechtvaardig man moet lijden.

Het boek Job (Hebreeuws: אִיוֹב; iyyôb) is een van de boeken in de Hebreeuwse Bijbel. In het jodendom behoort Job tot de afdeling Geschriften van de Tenach.